18 mei 2026 · 6 min

Wat bij managementadvies hoort en wat niet

Advies stopt waar een ander beroep begint: belasting, recht, beleggen en het bemiddelen van werk.

Het woord advies is in het Nederlands breed en juist daarom riskant. Er past een mening over een contract onder, een gedachte over een lening en „de verkoop inrichten”. Voor een opdrachtgever in de Europese Economische Ruimte is het verschil wezenlijk. Een deel van dat werk mag alleen wie daarvoor bevoegd is. Wij hebben die bevoegdheid niet voor belasting, beleggen, rechtsbijstand of uitzenden, en we bieden dat niet aan.

Wat we wel doen, is organisatieadvies, administratieve en organisatorische steun en marketingadvies. In de praktijk betekent dat een werkwijze benoemen, stukken ordenen en nagaan hoe het bedrijf over zijn aanbod spreekt. Het betekent niet een aangifte tekenen, een aanmaning schrijven of personeel aanbrengen.

De grens moet gezegd zijn voordat er een vertrouwelijke vraag komt. Gaat het in een sessie over „wat doen we met die schuld” of „waar laten we vrij geld”, dan stopt het werk op dat punt. We noteren dat het onderwerp bij een ander vak hoort en keren terug naar de organisatieopdracht. Dat is geen afwijzing van de klant. Het is een afwijzing van werk dat we niet mogen voorwenden.

We gebruiken ook geen resultaten van anderen als de onze. Zegt een klant dat het aantal opdrachten vorig jaar steeg, dan komt dat alleen in onze tekst als zijn gegeven, met datum en bron, en nooit als gevolg van het advies. Tussen advies en bedrijfsresultaat loopt geen pijl die we kunnen beloven.

Leest u een voorstel van een ander kantoor, zoek dan de zin over wat het niet doet. Ontbreekt die, vraag ernaar vóór de betaling. Een nette afbakening is korter dan een lijst beloften en daarop kunt u de omvang aanspreken, niet de sfeer.

De tekst beschrijft een werkwijze. Het is geen aanbod van een belegging en belooft geen bedrijfsresultaat.